Verhalen uit de Todra Gorge

Verhalen uit de Todra Gorge

27 januari 2019 6 Door Vera

Afgelopen maand was vol. Vol met nieuwe indrukken en nieuwe vrienden. Vol met ongeplande avonturen en vol spontane ontmoetingen. Zeker in de Todra Gorge liep geen dag zoals gepland. Aan het eind van de dag zat ons hoofd vaak vol van alle ongrijpbare gebeurtenissen. Te veel ook om alles op te schrijven, dus er ontbreekt nogal wat in deze blogpost. Zoals dat we steeds, of we nu wilden of niet, weer op de camping terechtkwamen. En dat de eigenaar ons gelukkig ook na vier keer vertrekken weer vrolijk verwelkomde. Dat we op diezelfde camping oud en nieuw vierden met drie trommelende Marokkanen, een groep dronken Fransen en twee Zwitserse klimmers met wie we de week erna samen zouden optrekken. Dat Jeroen en Fieke langskwamen, eerst met hun privéchauffeur en later opnieuw met hun eigen huurbolide. En dat er opeens een kleine, maar hele fijne klimcommunity op de camping ontstond, met medeklimmers die we later weer spontaan op andere plekken tegenkwamen. Hierbij wat foto’s, en twee ontmoetingen die de onvoorspelbaarheid van het dagelijks leven illustreren.

Voor het eerst weggestuurd. En hoe.
Marokko is voorzichtig geworden. Vrij kamperen bij de Todra Gorge is niet meer toegestaan. Hoewel de locals het er niet over eens zijn of deze voorzichtigheid terecht is, overheerst de angst voor een tweede incident met toeristen. We zitten dus vast aan de camping. Prima, betaalbaar, goed verzorgd. Maar toch niet hetzelfde. Na een aantal dagen besluiten we daarom een stuk verder het dal in te rijden en op een grote vlakte bij een waterbron te parkeren. We hebben een heerlijke middag en genieten na alle toeristische drukte van de rust.

We ontmoeten een paar Marokkanen. Allemaal lijken zich niet te storen aan onze aanwezigheid en vroeger of later vertrekken ze weer. Behalve de raadselachtige man. De man met de brommer. Aan het eind van de middag arriveert hij. Hij geeft ons een hand, maar mede vanwege het gebrek aan overeenkomstige talen blijft het daarbij. Hij blijft wat rondhangen op de vlakte: lopend, staand, zittend. Hij intrigeert ons, maar we maken ons verder niet druk. Inmiddels weten we dat Marokkanen wel vaker zonder zichtbare reden rondhangen op schijnbaar willekeurige plekken.

Maar als de zon onder is koelt het snel af. De man duikt steeds dieper in zijn djellaba. De thee die ik hem aanbied neemt hij dankbaar aan, maar wanneer hij eraan ruikt krijg ik de mok direct terug. Afgekeurd. Als het donker wordt overwegen we de man uit te nodigen in de bus. Maar net als we daar ruimte voor maken, rijden er twee auto’s het terrein op. Er wordt op de deur geklopt. Zeker vier man kijkt ons aan. De oudste geeft ons een hand en overhandigt een voor ons onleesbaar identiteitsbewijs. De man ernaast praat Spaans. Ondanks onze gebrekkige kennis van het Spaans is zijn boodschap duidelijk: We kunnen hier niet overnachten. Zodra wij vertrekken, rijdt ook de hele delegatie terug naar het dorp. Twee auto’s, vier mannen. En de raadselachtige man met de brommer erachteraan.”

Moha
“Moha is blij. Hij heeft tijdelijk werk gevonden in Casablanca, dus zijn onbetrouwbare toeristenwerk in de gorge is voorlopig voorbij. Al neuriënd verzamelt hij het afval dat zich rond de waterbron en op het grasveld heeft verzameld. Wanneer hij ons opmerkt geeft hij ons ter begroeting een stevige hand. Vervolgens gaat hij als een wervelwind verder met zijn werk. Tussendoor maakt hij een vuurtje, speelt een snelle melodie op zijn fluit en brengt ons een stuk gevonden tijmplant “voor in de thee”. Na een tweede, net zo stevige, handdruk nodigt hij ons uit om later eens bij hem thuis langs te komen. Uit zijn groene schoudertas haalt hij twee visitekaartjes en verdwijnt dan met grote stappen weer uit ons zicht. Wij blijven verbijsterd achter, vol met vragen over deze atypische Marokkaan.

Een dag later zijn we terug in de Todra Gorge, onderweg naar de instap van onze klimroute. Plotseling horen we een bekend geluid. Door het galmen van de rotswanden is het lastig te horen waar het precies vandaan komt, maar het is onmiskenbaar het schelle riedeltje van Moha’s fluit. En inderdaad, daar staat hij, met zijn fluit en zijn groene schoudertas. Met driftige gebaren wijst hij ons op een opnieuw geopende waterstroom en zijn verzamelde hout. Vervolgens bouwt hij precies onder onze route een snel vuurtje. Hij staat erop dat we na het klimmen thee met hem drinken, zelfs als we uitleggen dat het uren duurt voor we weer beneden zijn. Terwijl we hoger en hoger klimmen, galmt dezelfde fluitmelodie eindeloos door de gorge.

Uren later lopen we een stuk verderop naar beneden. We kunnen ons bijna niet voorstellen dat Moha er nog is, maar niets blijkt minder waar. Nog voordat we beneden zijn laat een enthousiast “Vera!” ons opkijken. Er wordt op ons gewacht. Guus wordt geleidelijk omgedoopt tot José en we worden uitgenodigd voor thee, het ontmoeten van zijn gezin en het bewonderen van het huis. Even proberen we zijn uitnodiging beleefd af te slaan, maar al snel blijkt die poging tevergeefs. Het enthousiasme van Moha, na zijn laatste werkdag in de gorge, is te groot. Dus even later zitten we met zijn drieën voorin de bus, onderweg naar het dorp van Moha.

En behalve thee, vijf kinderen, geiten, een ezel en een koe, wacht er op het uitzichtpunt van het dorp nog een andere verrassing: de man met de scooter. Hij lijkt net zo verbaasd als wij, om ons hier met Moha en de kinderen te zien. De man blijkt de chef van de nomaden. De man die ons kwam wegsturen blijkt de chef van het dorp. Door deze toevallige ontmoeting vallen de puzzelstukjes toch nog op zijn plaats. Hoewel het altijd een raadsel blijft waarom er zo’n enorme delegatie uitrukte, alleen om twee Nederlanders te vertellen dat ze daar niet konden slapen…”

Net zo plotseling als de tijdelijke klimcommunity in Todra gorge ontstond, zo plotseling valt het ook weer uit elkaar. Ieder gaat zijn eigen weg, om elkaar later gelukkig opnieuw tegen te komen. Wij moeten ook door, Stijn wacht op ons in Béni-Mellal. Later meer daarover! De net aangelegde weg, dwars door uitgestorven berglandschappen, is adembenemend: